Wat artikel 4 zegt
Artikel 4 van de AI-verordening bepaalt dat aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen maatregelen nemen om de AI-geletterdheid te ondersteunen van hun personeel en andere personen die namens hen AI-systemen bedienen en gebruiken. Daarbij houden ze rekening met de technische kennis, ervaring, opleiding en training van die personen, met de context waarin de systemen worden gebruikt, en met de personen of groepen op wie de systemen worden toegepast. Sinds de Digital Omnibus (van kracht sinds 27 juli 2026) staat er ook bij dat de wet geen bepaald niveau per persoon vraagt. Daarvoor sprak de tekst van ‘een voldoende niveau’.
AI-geletterdheid is in de verordening gedefinieerd als de vaardigheden, kennis en het begrip die nodig zijn om AI-systemen met kennis van zaken in te zetten en zich bewust te zijn van de kansen, risico’s en mogelijke schade ervan. Het gaat dus niet om kunnen programmeren, maar om weten wat een tool doet, waar hij faalt en wat dat betekent voor de mensen die door de uitkomst worden geraakt.
Voor wie het geldt
De plicht rust op de organisatie, niet op de individuele medewerker. Ze geldt voor iedere organisatie die AI-systemen ontwikkelt of onder eigen verantwoordelijkheid gebruikt, ongeacht omvang of sector, en ongeacht de risicoklasse van de systemen. Ook een bedrijf dat alleen Copilot of ChatGPT inzet, valt eronder.
De kring van personen is breed: eigen personeel, maar ook inhuurkrachten, stagiairs en anderen die namens de organisatie met AI werken. Wie in de praktijk geen AI-systemen bedient of gebruikt, valt buiten de plicht, maar dat wordt een steeds kleinere groep nu AI-functies in standaardsoftware zitten.
Wat passend is
De wet geeft geen norm en dat is bewust. Passend is wat aansluit bij drie factoren:
- 01De persoon. Welke kennis, ervaring en opleiding heeft de medewerker al? Een data-analist heeft een andere basis dan een medewerker in de buitendienst.
- 02De context. Waarvoor wordt de AI gebruikt? Een samenvatting van een intern verslag vraagt minder dan een tool die sollicitanten voorselecteert.
- 03De betrokkenen. Op wie wordt de AI toegepast? Klanten, patiënten, leerlingen of medewerkers verdienen meer zorg dan een intern proces zonder persoonsgegevens.
In de praktijk komt een basisniveau voor iedereen neer op: weten welke tools zijn toegestaan, begrijpen dat een taalmodel overtuigend kan hallucineren, weten welke gegevens nooit in een publieke tool mogen, en weten wie u belt bij twijfel. Wie AI-output gebruikt voor beslissingen over mensen heeft daarbovenop kennis nodig van bias, uitlegbaarheid en de rechten van betrokkenen.
Vier stappen
- 01Inventariseer tools en rollen. Welke AI-systemen worden gebruikt, door welke functies, waarvoor? Dit register is ook stap 1 van uw AI-beleid.
- 02Bepaal niveaus. Meestal volstaan drie: een basis voor iedereen, een verdieping voor wie AI dagelijks inzet, en een specialistisch niveau voor wie AI gebruikt bij beslissingen over mensen of hoog-risicosystemen bedient.
- 03Train. Kort en concreet, op de tools die medewerkers echt gebruiken. Een sessie van twee uur met eigen voorbeelden werkt beter dan een generieke e-learning van acht.
- 04Registreer en herhaal. Leg vast wie wat heeft gevolgd. Plan een opfrissing bij nieuwe tools en minimaal jaarlijks; de techniek verandert sneller dan de wet.
Wat u vastlegt
Als een toezichthouder of een klant vraagt hoe u artikel 4 invult, wilt u vier documenten kunnen laten zien: het AI-beleid, het register van tools en rollen, de inhoud van de trainingen per niveau, en het trainingsregister met naam, datum en onderwerp. Meer is niet nodig. Minder maakt het lastig om aan te tonen dat u ‘maatregelen heeft genomen’, en dat is precies de formulering van de wet.
Veelgemaakte fout. Eén keer een lezing organiseren en klaar. Zonder register en zonder herhaling is dat over een jaar niets meer waard, zeker als de tools intussen zijn veranderd.
Veelgestelde vragen
Is een certificaat of examen verplicht voor AI-geletterdheid?
Nee. Artikel 4 schrijft geen opleiding, examen of certificaat voor. De organisatie moet maatregelen nemen voor de AI-geletterdheid van medewerkers, passend bij hun rol en de context waarin AI wordt gebruikt. Hoe u dat bereikt, bepaalt u zelf; wel moet u kunnen laten zien wat u heeft gedaan.
Voor welke medewerkers geldt de plicht?
Voor personeel en andere personen die namens de organisatie AI-systemen bedienen of gebruiken. Dat omvat ook inhuurkrachten en stagiairs die met AI-tools werken. Wat nodig is, verschilt: wie alleen tekstsuggesties gebruikt heeft minder nodig dan wie AI-output gebruikt voor beslissingen over klanten of medewerkers.
Staat er een boete op het niet naleven van artikel 4?
Artikel 99 koppelt geen aparte boetecategorie aan artikel 4. Toezichthouders kunnen het ontbreken van AI-geletterdheid wel meewegen bij andere overtredingen, en bij hoog-risicosystemen is opgeleid toezicht een expliciete plicht. Daarnaast kan aansprakelijkheid ontstaan als medewerkers door gebrek aan kennis schade veroorzaken.